ETNA FGV660WIT User manual

GEBRUIKSAANWIJZING
INSTRUCTIONS FOR USE
FORNUIS
FGV660WIT
FGV660RVS
FGV760RVS
COOKER

NL Handleiding NL 3 - NL 26
EN Manual EN 3 - EN 26
Gebruikte pictogrammen - Pictograms used
Belangrijk om te weten - Important information
Tip - Tip

NL 3
INHOUD
Uw fornuis
Inleiding 4
Beschrijving van het apparaat 5
Bedieningspaneel 6
Sierdeksel 6
Eerste gebruik
Oven gebruiken 7
Klok instellen 9
Gebruik
Ovenfuncties 10
Gaskookplaat gebruiken 11
Bediening
Oven bedienen 12
Oven bedienen met de elektronische timer 12
Kookplaat bedienen 15
Onderhoud
Apparaat reinigen 16
Geleiderails verwijderen en reinigen 16
Ovenlamp vervangen 17
Ovendeur demonteren 17
Storingen
Tabel met storingen 18
Installatie
Algemeen 20
Gasaansluiting 20
Elektrische aansluiting 21
Installatie 22
Technische gegevens 23
Milieuaspecten
Afvoeren apparaat en verpakking 26

NL 4
UW FORNUIS
Inleiding
Gefeliciteerd met de aankoop van dit fornuis. Dit product is ontworpen voor optimale
gebruiksvriendelijkheid. Het fornuis heeft vele verschillende standen, waardoor u telkens
de juiste bereidingswijze kunt kiezen.
In deze handleiding leest u hoe u het fornuis optimaal kunt gebruiken. Naast informatie over de
bediening van de oven vindt u hier ook achtergrondinformatie die van pas kan komen als u het
apparaat gebruikt.
Lees vóór gebruik van het apparaat de afzonderlijk
meegeleverde veiligheidsinstructies!
Lees deze handleiding vóór gebruik van het apparaat en berg de handleiding daarna veilig
op voor toekomstig gebruik.

NL 5
UW FORNUIS
Beschrijving van het apparaat
1. Normaalbrander
2. Normaalbrander
3. Sterkbrander
4. Sudderbrander
5. Kookrooster
6. Vangschaal
A. Sierdeksel
B. Bedieningspaneel
C. Oven
D. Opberglade
E. Stelvoeten
A
B
C
D
E
1
3 4 65
2

NL 6
UW FORNUIS
Bedieningspaneel
Sierdeksel
• Open het sierdeksel altijd voordat u de kookplaat gebruikt. Controleer of het sierdeksel
droog is voordat u het deksel opent.
• Het sierdeksel kan door hitte breken. Zorg ervoor dat alle branders/kookzones uitgeschakeld
en afgekoeld zijn voordat u het sierdeksel sluit.
• Wanneer er water op het sierdeksel staat, maakt u het deksel eerst droog voordat u het
opent. Anders kan er vocht in de eenheid komen.
• Gebruik het sierdeksel niet als kookoppervlak.
1. Functieknop oven
2. Lampje oventhermostaat
3. Temperatuurknop oven
4. Elektronische timer
4a. '−' toets
4b. Toets 'mode'
4c. '+' toets
5. Regelknop normaalbrander linksachter
6. Regelknop sterkbrander
7. Regelknop sudderbrander
8. Regelknop normaalbrander rechtsachter
1 32 4 5 6 7 8
4a 4b 4c

NL 7
EERSTE GEBRUIK
Oven gebruiken
• Verwijder alle losse toebehoren uit de oven en reinig ze met warm zeepsop.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
• Zet de oven een uur lang op de hoogste stand met onder- en bovenwarmte (zie 'Oven
bedienen'). Hierdoor wordt het beschermende vet verwijderd dat in de fabriek is aangebracht.
• Als de oven voor de eerste keer wordt gebruikt, zult u een 'nieuwigheidsluchtje' ruiken.
Dit is normaal. Zet indien nodig de afzuigkap aan.
• Nadat de oven is afgekoeld, reinigt u de oven met warm water.
• Verwarm de oven alleen voor als dit volgens het recept of volgens de tabellen in deze
handleiding nodig is.
Waarschuwing!
Plaats het ovenrooster in de rail en schuif het zo ver mogelijk in de oven.
Energiebewust gebruik van de oven
• Maak de ovendeur zo weinig mogelijk open.
• Bereid gerechten met dezelfde bereidingstemperatuur (bijvoorbeeld een appeltaart en
een ovenschotel) tegelijk en op hetzelfde rooster, of onder elkaar met gebruik van de
heteluchtfunctie. U kunt tegelijkertijd vlees laten stoven.
• Bereid verschillende gerechten na elkaar, bijvoorbeeld een ovenmaaltijd na een cake. Vaak is
de bereidingstijd van het tweede gerecht dan 10 minuten korter, doordat de oven al heet is.
• Doordat de oven geïsoleerd is, kunnen met de restwarmte gerechten worden bereid die
langer in de oven moeten blijven (vanaf 1 uur). Zet de oven 10 minuten eerder uit dan
aangegeven, maar laat de deur dicht.
• Voorverwarmen is meestal niet nodig, behalve voor gerechten met een bereidingstijd korter
dan 30 minuten of wanneer dit in het recept is aangegeven.
• Haal alles uit de oven wat u voor het gerecht niet nodig hebt.
• Zet na de bereiding de oven uit voordat u het gerecht uit de oven haalt.

NL 8
EERSTE GEBRUIK
Ovengerei
• In principe kunt u elk type ovengerei gebruiken dat hittebestendig is.
• Reinig glazen ovengerei niet direct na gebruik met koud water. Door het plotselinge
temperatuurverschil kan het glas breken.
• Gebruik zwarte of donkere bakblikken. Deze geleiden de warmte beter, zodat het voedsel
gelijkmatiger wordt gebakken.
Dek de bodem van de oven niet af
• Wanneer u de bodem van de oven afdekt, bijvoorbeeld met aluminiumfolie of een bakplaat,
kan de oven oververhit raken, met beschadiging van het email tot gevolg.
• U kunt voorkomen dat springvormen op de bodem van de oven lekken door van
aluminiumfolie een bak te vouwen en deze op het rooster onder de vorm te plaatsen of door
er bakpapier onder te leggen.
Voedsel warm houden
• U kunt de oven gebruiken om reeds bereide gerechten warm te houden. Daarvoor kiest u de
heteluchtstand en een temperatuur van 75 °C. Dek het gerecht dat u warm wilt houden af
om uitdrogen te voorkomen.
Vlees braden
• Grote stukken vlees, met een gewicht vanaf 1 kg, zijn hiervoor het meest geschikt. Het vlees
krijgt een regelmatige, krokante korst en er treedt vrijwel geen gewichtsverlies op.
• Wrijf het vlees vijftien minuten vooraf in met zout en kruiden. Gebruik voor het braden 80 tot
100 g boter of vet (of een mengsel van beide) per 500 g vlees.
Bereidingstijd
• Voor dunne, platte stukken vlees is de bereidingstijd ongeveer 5 minuten korter dan voor
dikke stukken vlees of een lap vlees die is opgerold. Bij het braden van grotere stukken
vlees is de bereidingstijd per extra 500 gram 15 tot 20 minuten langer.
Smeer het vlees met boter of vet in en leg het in de braadslede. Leg het vlees met de vette
kant naar boven in de braadslede. Bedruip vlees zonder vette kant elke 15 minuten met het
braadvocht. Vlees met een vette kant moet elke 30 minuten worden bedropen.
• Als de jus te donker is, voegt u tijdens het braden af en toe een paar eetlepels water toe.
• Dek het vlees losjes af met aluminiumfolie en laat het vlees voor het serveren 10 minuten rusten.
Geleiders
• Aan de ovenwanden bevinden zich geleiders waarmee het ovenrooster of de bakplaat op
verschillende niveaus kan worden geplaatst. Voor de juiste hoogte raadpleegt u een bakgids
of de instructies op de verpakking van het voedsel.

NL 9
Lade
Het apparaat heeft een lade waarin u toebehoren zoals platen, roosters en kleine potten
en pannen kunt bewaren.
Waarschuwing!
Tijdens gebruik kan het binnenoppervlak van de lade heet worden.
Bewaar geen voedsel, plastic of ontvlambare materialen in de lade.
Klok instellen
Wanneer het fornuis voor het eerst wordt aangesloten, knippert de tijd '0·00'. De huidige tijd
moet nog juist worden ingesteld.
1. Druk tegelijk op de '+' en '-' toetsen.
Op de display verschijnt een bereidingssymbool. De stip in het midden van de tijdweergave
knippert ook. U kunt nu de huidige tijd instellen.
2. Stel de juiste tijd in met de '+' en '-' toetsen (terwijl de stip knippert).
Wacht nu 5 seconden; de huidige tijd wordt automatisch bevestigd.
Op de display verschijnt de huidige tijd en de stip stopt met knipperen.
EERSTE GEBRUIK

NL 10
Ovenfuncties
Het apparaat beschikt over een aantal ovenfuncties die per model verschillen.
Raadpleeg de tabel voor de gewenste functie. Raadpleeg ook de bereidingsinstructies op de
verpakking van het gerecht.
Ovenfuncties
Ontdooien
U kunt de ventilator van de convectieoven gebruiken voor ontdooien. De ventilator
zorgt voor circulatie van koude lucht. Haal de bevroren producten uit de verpakking
en plaats ze in een schaal. Schuif de schaal op het roosterop roosterpositie 3.
Hete lucht
De ventilator in de achterwand zorgt voor circulatie van de hete lucht in de oven.
Hierdoor worden de gerechten verwarmd. U kunt meerdere niveaus van de oven
tegelijk gebruiken. Zo bespaart u energie. De convectieventilator is ideaal voor het
bakken van cakes, koekjes en appeltaarten.
Boven- en onderwarmte
Het gerecht wordt verwarmd door stralingswarmte van de elementen voor boven-
en onderwarmte. Zet het gerecht altijd in het midden van de oven. Deze modus
is geschikt voor het traditioneel bereiden van gerechten. Bakwaren rijzen goed en
worden mooi bruin.
Boven- en onderwarmte + ventilator
De lucht in de oven wordt verwarmd met de elementen voor boven- en onderwarmte.
De ventilator in de achterwand van de oven zorgt voor circulatie van de hete lucht.
Hierdoor worden de gerechten verwarmd.
Grill
De gerechten worden verwarmd door stralingswarmte van het gecombineerde
grillelement. Platte stukken vlees, kip of ander gevogelte kunnen direct op de grill
worden bereid. Deze grillmodus wordt ook gebruikt om brood te roosteren.
Grill + ventilator
U kunt grillen met heteluchtcirculatie. De stralingswarmte wordt door de ventilator
verspreid rond het gerecht. Het gecombineerde effect van de grill en de ventilator geeft
uw voedsel een perfecte knapperigheid en is ideaal voor grillgerechten. Warm de oven
5 minuten voor. Schuif het rooster in de bovenste roosterpositie. Plaats vervolgens een
bakplaat op roosterpositie 3 om het vet van het gerecht op te vangen.
GEBRUIK
This manual suits for next models
2
Table of contents
Languages:
Other ETNA Range manuals


















