
Klem Type Functie
1 (VDO) +24 V uit Voeding naar sensor
2 (I IN) AI 3 Sensor 2, 0/4-20 mA
3 (GND) GND 'Common' behuizing voor analoge in-
gang
4 (TEMP)
5 (DRAAD) AI 4 Temperatuursensor 1, Pt100/Pt1000
6 (GND) GND 'Common' behuizing voor temperatuur-
sensor 1
7 (TEMP)
8 (DRAAD) AI 5 Temperatuursensor 2, Pt100/Pt1000
9 (GND) GND GND
Activering van de optionele STO-functie
De STO-functie wordt geactiveerd door de spanning van klem 37
van de frequentieomvormer te halen. Door de frequentieomvormer
aan te sluiten op externe veiligheidsapparaten die een
veiligheidsvertraging leveren, wordt een installatie voor een Safe
Stop 1 (Veilige stop 1) verkregen. Externe veiligheidsapparaten
moeten aan Cat./PL of SIL voldoen als zij zijn verbonden met klem
37.
De STO-functie kan worden gebruikt voor de volgende motortypen:
• asynchroon
• synchroon
• motoren met permanente magneet.
Als klem 37 is geactiveerd, geeft de frequentieomvormer een alarm
af, schakelt de stroom naar de eenheid uit en brengt de motor tot
stilstand. Een handmatige herstart is vereist. Gebruik de STO-
functies om de frequentieomvormer uit te schakelen in
noodstopsituaties. In de normale bedrijfsmodus moet de STO-klem
37 worden gedeactiveerd om de motor te kunnen starten.
Een geslaagde inbedrijfstellingstest van de STO-functie is
vereist na de initiële installatie en na elke daaropvolgende
wijziging in de installatie.
Het product onderhouden of repareren
VOORZICHTIG
Elektrische schok
Licht of middelzwaar persoonlijk letsel
‐Voordat u met werkzaamheden aan het product be-
gint, dient u er zeker van te zijn dat de elektriciteitstoe-
voer is uitgeschakeld en niet per ongeluk kan worden
ingeschakeld. Paragraaf Installatievereisten.
‐Aanraken van de elektrische onderdelen kan fataal
zijn, zelfs nadat de CUE is uitgeschakeld.
Voer elke 12 maanden een functietest uit om enige storingen of
defecten aan de STO-functionaliteit op te sporen.
Voer de functietest uit door de volgende stappen te volgen:
• Verwijder de 24 V DC-voedingsspanning van klem 37.
• Controleer of op het bedieningspaneel het alarm "Veilige stop
A68" wordt weergegeven.
• Controleer of de frequentieomvormer de eenheid uitschakelt.
• Controleer of de motor uitloopt en tot volledige stilstand komt.
• Controleer of de motor niet kan worden ingeschakeld.
• Sluit de 24 V DC-voedingsspanning weer aan op klem 37.
• Controleer of de motor automatisch wordt ingeschakeld en
alleen opnieuw wordt gestart door het afgeven van een
resetsignaal (via bus, digitale I/O of de knop [Reset]).
Behuizing
Zie het typeplaatje en voer de installatie uit overeenkomstig het
behuizingstype.
Bedrijfscondities
Relatieve vochtigheid 5-95 % RV
Omgevingstemperatuur Max. 50 °C
(122 °F)
Minimale omgevingstemperatuur -10 °C (14 °F)
Temperatuur tijdens opslag en transport -25 tot 65 °C
(-13 tot 149 °F)
Opslagduur Max. 6 maanden
Maximale hoogte boven zeeniveau zonder
vermindering van capaciteit
1000 m (3280
voet)
Maximale hoogte boven zeeniveau met ver-
mindering van capaciteit
3000 m (9840
voet)
De TPE wordt geleverd in een verpakking die niet ge-
schikt is voor opslag buitenshuis.
Kabelvereisten
Maximale lengte, afgeschermde motorkabel 150 m (500 voet)
Maximale lengte, niet-afgeschermde motorka-
bel 300 m (1000 voet)
Maximale lengte, signaalkabel 300 m (1000 voet)
Houd u altijd aan de lokale voorschriften met betrekking
tot de dwarsdoorsneden van kabels.
Kabeldoorsnedes naar signaalklemmen
Maximale kabeldoorsnede naar signaalklemmen,
starre geleider
1,5 mm2
(14 AWG)
Maximale kabeldoorsnede naar signaalklemmen,
flexibele geleider
1,0 mm2
(18 AWG)
Minimale kabeldoorsnede naar signaalklemmen 0,5 mm2
(20 AWG)
Niet-UL-zekeringen en geleiderdoorsnede naar voeding en
motor, voor installaties buiten Noord-Amerika
Typisch asver-
mogen P2
Maximale
zekering
Type
zeke-
ring
Maximale doorsnede
van geleider 1)
[kW (hp)] [A] [mm2]
3 x 380-500 V
22 (30) 63 gG 35
30 (40) 80 gG 35
37 (50) 100 gG 50
45 (60) 125 gG 50
55 (75) 160 gG 50
1) Afgeschermde motorkabel, niet-afgeschermde voedingskabel.
AWG. Zie paragraaf Elektrische gegevens.
99
Nederlands (NL)